‘Tango, tangor, ergo sum’
Ik raak aan en ik word aangeraakt, dus ik ben
              -Wilhelm Schmid-

Levensbelang
De behoefte aan fysiek contact is in ons mensen verankerd; een simpele aanraking kan een waaier aan emoties oproepen. Al langer is bekend dat huid op huid contact met baby’s niet een leuk extraatje is maar het is van vitaal belang. Zonder fysiek contact is het hard te halen voor een baby om überhaupt te leven. Dus zo komen we op de wereld; om aangeraakt te worden. Het is hoe onze bedrading in elkaar zit; om verbinding te hebben. Mentaal en fysiek. Het is van levensbelang.

We kunnen als mens dus echt huidhonger ervaren; de behoefte om aangeraakt te worden. Geestelijk verzorger Marieke Schoenmakers van het ETZ heeft 8 universele redenen ontdekt waarom we elkaar wat vaker zouden moeten aanraken. Ik deel ze graag met je:

Aan aanrakingen worden veel positieve effecten toegeschreven.
Bijvoorbeeld pijnvermindering, rust, ontspanning, emotionele ontlading en troost.

Aanraken is een vorm van communicatie.
Het tastzintuig is namelijk een heel ‘sterk’ zintuig dat lang ‘open’ blijft. Het is soms zelfs een van de weinige mogelijkheden tot contact bij mensen de niet meer kunnen praten. Als mensen niet meer aanspreekbaar zijn, kunnen ze aanrakingen vaak nog wel voelen.

Aanraken versterkt de (bestaande of potentiële) relatie.
Het is goed voor de onderlinge band.

Aanraken biedt veiligheid.
Als kleine kinderen bang zijn, kruipen ze weg bij een volwassen persoon, meestal de moeder of vader.

Aanraken is ‘hechtingsgedrag’.
Bedoeld om de nabijheid van een beschermende volwassene te bewerkstelligen. Wanneer dit mechanisme in de kindertijd goed gewerkt heeft, doordat je ouders er voor je waren, dan blijf je dit de rest van je leven doen. In angstige of verdrietige situaties heb je dan de neiging om anderen op te zoeken. Dit verklaart waarom zieke en oudere mensen je vaak vastpakken of je uitgestoken hand niet meer teruggeven. Ze zoeken letterlijk hulp of houvast.

Mensen hebben huidhonger.
Na baby’s hebben oudere mensen het meeste huidhonger. Dat komt doordat ze zich onveilig voelen door de met de ouderdom gepaard gaande verliezen. Naasten vallen bijvoorbeeld weg. De gezondheid neemt af. En thuis wonen kan niet altijd meer. Juist ouderen worden het minste aangeraakt, doordat steeds meer geliefden overlijden of niet meer zomaar op bezoek kunnen komen. Niet meer aangeraakt worden is voor hen een groot gemis.

Bij mensen met dementie kunnen aanrakingen veel goed doen. Ze hebben behoefte aan:
Veiligheid: Alles wat vertrouwd en geliefd is, gaat verloren door problemen met het geheugen.
Contact : Communiceren gaat steeds moeilijker, waardoor ze terugvallen op hun zintuigen, met name op hun tastzin.
Affectief huidcontact: De behoefte aan aanrakingen (huidhonger) neemt toe door het opspelen van vroegkinderlijke verlangens, veroorzaakt door dementie.

Met aanrakingen kun je het zogenaamde lichaamsgeheugen aanspreken.
Het lichaamsgeheugen is sterker dan het cognitieve geheugen. Alles wat je meemaakt, sla je op in je lijf.

Verbindende handen
Nu het niet meer mag, valt het me op hoe verbindend onze handen zijn; handen schudden, handen vastpakken, hand in hand lopen, hand op de schouder, een aaiende hand over het gezicht. Maar omdat niemand meer aanstalten maakt om dit te doen, went het ook wel weer snel. Behalve dat ik mijn moeder ook op 1,5 meter moet zetten. Dat went niet. Het is onnatuurlijk en ik voel me afgesneden van haar. Als ik bij haar kom begin ik al door het raam te gebaren; afstand bewaren! Daar houdt ze zich met moeite aan. Dat is geen onwil, maar ze vergeet het gewoon. Het is raar dat ik telkens van die schijnbewegingen moet maken als ze te dichtbij komt. Ze kijkt me dan ook verschrikt aan; alsof ze iets doet wat niet mag, alsof ze niet de moeite waard is, alsof ik haar afwijs. Met een zucht zegt ze dan: ‘Ach wicht, wat ist toch wat….’. Schoorvoetend zet ze dan een stap achterwaarts.

Het virus loert mee
Met een knipoog en een grapje probeer ik er dan wat luchtigheid in te brengen. Ondertussen zou ik best graag even snel een hand door haar haar willen halen, of een arm om haar heen willen slaan, even naast haar staan en bij afscheid haar in mijn armen willen nemen. Maar ja, het virus loert voorlopig nog altijd mee en knijpt geen oogje dicht. Er is geen onbewaakt moment waar ik gebruik van kan maken.

De hunkering naar aanraking
Mijn gedachten reizen af naar de verpleeghuizen. Waar oude mensen verstoken zijn van aanrakingen. Of in ieder geval is er geen huid op huid contact met hun geliefden. Het beeld van afgelopen week van de zieke bewoners van een verpleeghuis staat op mijn netvlies gebrand. Van een patiënt die zijn arm door de tralies van het beveiligde bed steekt. Op zoek naar steun, veiligheid en troost. Op zoek naar aanraking. Een professionele hand beschermd door een blauw laagje, pakt de hand en streelt zacht de hunkering weg. Voor heel even is de honger gestild.

Birgit Weustink

Birgit Weustink

Mindfulnesstrainer | Oprichter Dochters van Twente |

Birgit is mindfulnesstrainer (cat 1) en leidt MBSR groepstrainingen.

Daarnaast ontwikkelt ze binnen Dochters van Twente vitaliteitsprogramma’s voor mensen, teams en organisaties.